ECLI:NL:CBB:2018:154
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing betalingsrechten jonge landbouwer wegens ontbreken blokkerende zeggenschap in statuten
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor toewijzing van betalingsrechten uit de Nationale reserve voor jonge landbouwers, welke door verweerder is afgewezen omdat uit de statuten niet blijkt dat de opgegeven jonge landbouwers blokkerende zeggenschap hebben. Appellante stelde dat mondelinge afspraken hierover voldoende zijn en verwees naar notulen van een aandeelhoudersvergadering.
Het geschil spitst zich toe op de uitleg van artikel 5, tweede lid, onder a, van de Beleidsregel Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, waarin is bepaald dat blokkerende zeggenschap bij een besloten vennootschap moet blijken uit de statuten. Het College oordeelt dat dit voorschrift strikt moet worden toegepast en dat mondelinge afspraken of notulen onvoldoende bewijs vormen.
Het College constateert dat de statuten geen blokkerende zeggenschap voor de twee jonge landbouwers bevatten en dat de mondelinge afspraken niet juridisch afdwingbaar en onvoldoende verifieerbaar zijn. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Daarom is de afwijzing van de toewijzing van betalingsrechten terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toewijzing van betalingsrechten blijft in stand.