ECLI:NL:CBB:2018:191
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.O. Kerkmeester
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nadeelcompensatie voor schade door maatregelen tegen Ralstonia solanacearum in rozen
Appellante, een professionele rozenteler, werd geconfronteerd met een besmetting van haar planten met de bacterie Ralstonia solanacearum (RS). Verweerder legde maatregelen op, waaronder vernietiging van besmette partijen, om verspreiding te voorkomen. Appellante verzocht om nadeelcompensatie op grond van artikel 4 van Pro de Plantenziektenwet, maar dit werd afgewezen.
Het College overweegt dat volgens vaste jurisprudentie schade door maatregelen ter bestrijding van plantenziekten tot het normale bedrijfsrisico van een professionele teler behoort, ook als deze schade niet vooraf te verwachten was. De aanwezigheid van RS in diverse plantensoorten en de aard van de bacterie maken het risico op besmetting niet ondenkbaar. Appellante kon dan ook rekening houden met het risico van maatregelen.
Appellante voerde aan dat de schade onevenredig is en dat er geen causaal verband is tussen de maatregelen en de schade, maar het College ziet geen aanleiding af te wijken van de vaste lijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van nadeelcompensatie wordt ongegrond verklaard.