ECLI:NL:CBB:2018:192
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.O. Kerkmeester
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming schade door maatregelen tegen bacterie Ralstonia solanacearum in anthuriumteelt
Appellante, een anthuriumkweker, kreeg in 2015 te maken met een besmetting van haar planten met de bacterie Ralstonia solanacearum (RS). De staatssecretaris van Economische Zaken legde haar maatregelen op, waaronder de vernietiging van besmette planten, om verspreiding te voorkomen. Appellante vroeg vervolgens een tegemoetkoming voor de daardoor geleden schade van €787.107,55, welke werd afgewezen.
In het beroep stelde appellante dat de schade niet tot het normale ondernemersrisico behoorde en dat er wel degelijk een causaal verband bestond tussen de opgelegde maatregelen en de schade. Tevens voerde zij aan dat het besluit niet voldeed aan het motiveringsbeginsel, omdat niet werd toegelicht waarom andere glastuinbouwers met RS minder of geen maatregelen kregen opgelegd.
Het College oordeelde dat het risico op besmetting met RS, ook in anthuriums, behoort tot het normale ondernemersrisico van een professionele teler. De schade werd daarom niet als onevenredig zwaar beoordeeld en het beroep werd ongegrond verklaard. Het motiveringsgebrek werd verworpen omdat het besluit enkel de weigering tot tegemoetkoming handhaafde. De vraag of de schade voortkomt uit de maatregelen of uit de bacterie zelf, werd niet beslist.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van een tegemoetkoming voor schade door maatregelen tegen Ralstonia solanacearum wordt ongegrond verklaard.