Appellant, een landbouwer, had voor de toewijzing van betalingsrechten in 2015 percelen opgegeven als blijvend grasland, waaronder percelen met meer dan 50 bomen per hectare. Verweerder stelde deze percelen niet subsidiabel, omdat de regelgeving een maximum van 50 bomen per hectare hanteert voor subsidiabiliteit.
Appellant voerde aan dat hij de percelen gebruikt voor beweiding en bemesting en dat een handleiding van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) toestond deze percelen als subsidiabel aan te merken. Het College oordeelde echter dat deze handleiding betrekking had op verouderde regelgeving en dat de geldende Uitvoeringsregeling 2015 geen uitzondering voor percelen met meer dan 50 bomen kent.
Het College concludeerde dat de percelen 13 en 15 terecht niet als subsidiabel zijn aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond. Vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant werd toegewezen.