ECLI:NL:CBB:2018:218

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
22 mei 2018
Publicatiedatum
29 mei 2018
Zaaknummer
16/1141
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 Awbartikel 9, derde lid, onder b Vo 640/2014artikel 2.2, vijfde lid, Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek inzake toewijzing betalingsrechten landbouw

Appellant, een landbouwer, heeft betalingsrechten en vergroeningsbetalingen aangevraagd voor 2015, waarbij perceel 39 als houtwal werd opgegeven. De minister wees aanvankelijk 24,69 betalingsrechten toe en stelde perceel 39 niet subsidiabel. Later wijzigde de minister dit tot 44,86 betalingsrechten door gedeeltelijke subsidiabiliteit van andere percelen.

Het College constateerde dat het onderzoek niet volledig was, mede doordat een besluit van 26 januari 2018, dat het bestreden besluit wijzigt, niet aan het College was overgelegd. Daarom werd het onderzoek heropend en de minister opgedragen dit besluit binnen twee weken te overleggen.

Appellant krijgt vervolgens gelegenheid binnen twee weken na ontvangst van dit besluit te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze procedure is afgerond.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en de verdere beslissing aangehouden totdat ontbrekende stukken zijn overgelegd en behandeld.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 16/1141
5111

Beslissing tot heropening van het onderzoek in de zaak tussen

[appellant] te [woonplaats] , appellant

(gemachtigde: mr. M. Mol),
en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigden: mr. M. van der Zwaard en mr. C. Cromheecke).

Procesverloop

Bij besluit van 14 april 2016 (het primaire besluit 1) heeft verweerder aan appellant betalings-rechten toegewezen op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB
(de Uitvoeringsregeling).
Bij besluit van 27 mei 2016 (het primaire besluit 2) heeft verweerder beslist op het verzoek van appellant om uitbetaling van de betalingsrechten en de vergroeningsbetaling op grond van de Uitvoeringsregeling voor het jaar 2015.
Bij besluit van 27 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij besluit van 3 oktober 2017 (het wijzigingsbesluit) heeft verweerder het bestreden besluit ten aanzien van de toewijzing van appellants betalingsrechten gewijzigd.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2018. Appellant is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde en verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Het College is tot het oordeel gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest en heropent daarom het onderzoek.
2. Appellant is landbouwer. Hij heeft met een Gecombineerde Opgave 2015 op
15 juni 2015 toewijzing van betalingsrechten en de uitbetaling hiervan aangevraagd. Hiervoor heeft hij onder meer het perceel 39 opgegeven als houtwal en houtsingel.
3. Bij het primaire besluit 1 heeft verweerder appellant 24,69 betalingsrechten toegewezen. Hierbij en bij het primaire besluit 2 heeft verweerder perceel 39 niet subsidiabel gesteld. Bij het primaire besluit 2 is de basisbetaling en vergroeningsbetaling van appellant vastgesteld op € 4.074,73 waarbij verweerder een korting heeft toegepast van € 9.546,44 vanwege een afwijking in de oppervlakte.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de primaire besluiten gehandhaafd. Bij het wijzigingsbesluit heeft verweerder appellant 44,86 betalingsrechten toegewezen. Daarbij heeft verweerder de percelen 34 en 37 alsnog gedeeltelijk subsidiabel gesteld.
5. Ter zitting van het College heeft appellant opgemerkt dat verweerder het bestreden besluit heeft gewijzigd bij het wijzigingsbesluit en het besluit van 26 januari 2018. Met dit laatste besluit is het College niet bekend. Het College gaat ervan uit dat dit besluit van
26 januari 2018 het bestreden besluit wijzigt ten aanzien van de uitbetaling van de betalingsrechten en de vergroeningsbetaling, nu het wijzigingsbesluit het bestreden besluit slechts heeft gewijzigd ten aanzien van de betalingsrechten. In dat geval heeft het beroep ingevolge artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege mede betrekking op het besluit van 26 januari 2018. Verweerder heeft dat besluit echter niet aan het College ter beschikking gesteld zoals het derde lid van artikel 6:19 van Pro de Awb voorschrijft.
6. Het College draagt verweerder daarom op om dit besluit van 26 januari 2018 binnen twee weken na de datum van deze beslissing alsnog aan het College ter beschikking te stellen.
7. Vervolgens stelt het College appellant in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van dit besluit van 26 januari 2018 zijn reactie op dat besluit voor deze procedure te geven.

Beslissing

Het College:
- heropent het onderzoek;
- draagt verweerder op om het besluit van 26 januari 2018 binnen twee weken na de datum van deze beslissing aan het College te overleggen;
- stelt appellant in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van het besluit van 26 januari 2018 zijn reactie op dat besluit voor deze procedure te geven;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus genomen door mr. A. Venekamp, mr. T. Pavićević en mr. B. Bastein, in tegenwoordigheid van mr. C.M. Leliveld als griffier, op .
w.g. A. Venekamp w.g. C.M. Leliveld