Appellanten, diverse Robeco-beleggingsinstellingen, stelden zich in hoger beroep op het standpunt dat Euronext Fund Services (EFS) niet als gereglementeerde markt kan worden aangemerkt omdat het geen multilateraal systeem is waarin meerdere partijen aan beide zijden transacties kunnen aangaan.
Het College stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat in november 2017 oordeelde dat het begrip gereglementeerde markt ook multilaterale systemen omvat waarin meerdere fund agents en brokers koop- en verkoopintenties samenbrengen, ook als er per financieel instrument slechts één mogelijke tegenpartij is.
Het College volgde het Hof en concludeerde dat EFS een multilateraal systeem is dat meerdere koop- en verkoopintenties samenbrengt. Daarnaast oordeelde het College dat ondanks overschrijding van de redelijke termijn geen sprake was van daadwerkelijke spanning en frustratie bij appellanten, mede vanwege hun professionele status en geringe hoogte van de heffingen.
Ten slotte verwierp het College het beroep op schending van beginselen van behoorlijk bestuur, omdat de inhoudelijke beoordeling van het standpunt van de AFM reeds door het College was bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd.