ECLI:NL:CRVB:2016:4478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn bij nabetaling bijstand
Appellante ontving bijstand over de periode mei tot en met juli 2012 en september 2012, waarbij het college een bedrag van €2.400,48 aan haar betaalde. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met 4,5 maanden was overschreden, maar wees de schadevergoeding af omdat appellante volgens de rechtbank geen spanning en frustratie had ondervonden.
In hoger beroep stelde appellante dat het college de beslagvrije voet niet correct had toegepast, waardoor de nabetaling onjuist was vastgesteld en zij recht had op schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelde vast dat de hoogte van de nabetaling per saldo correct was, omdat teveel verrekeningen in latere maanden konden worden gecompenseerd.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat appellante geen spanning en frustratie had ervaren. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens gaat uit van een vermoeden van daadwerkelijke spanning en frustratie bij overschrijding van de redelijke termijn, tenzij concrete omstandigheden het tegendeel aantonen.
Omdat dergelijke omstandigheden ontbraken, vernietigde de Raad het oordeel van de rechtbank en veroordeelde het college tot betaling van €500 schadevergoeding. Daarnaast wees de Raad het verzoek om wettelijke rente af en veroordeelde het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.