ECLI:NL:CBB:2018:495

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
4 september 2018
Publicatiedatum
18 september 2018
Zaaknummer
18/641
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43c Wtra
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep accountantskamer

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet tijdig de gronden van het hoger beroep had ingediend. Nadat appellant verzet had aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, oordeelt het College van Beroep dat het beroepschrift wel degelijk een hogerberoepsgrond bevatte en dat appellant dus niet in verzuim was.

Het College verklaart het verzet gegrond en vernietigt daarmee de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. Hierdoor wordt de behandeling van het hoger beroep voortgezet. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 4 september 2018.

De procedure toont het belang van tijdige en correcte indiening van beroepsgronden en de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen een niet-ontvankelijkverklaring. Het College benadrukt hiermee de zorgvuldigheid in bestuursrechtelijke beroepsprocedures binnen de accountantssector.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is gegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/641
20150

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 september 2018 op het verzet van

drs. [naam 1] , te [plaats] , appellant,

(gemachtigde: mr. [naam 2] )

Procesverloop

Appellant heeft tegen de door de accountantskamer gewezen uitspraak van 30 maart 2018, nummer 17/1264 Wtra AK, hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 3 juli 2018 is het hoger beroep met toepassing van artikel 43c, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de uitspraak van 3 juli 2018 ingevolge artikel 43c, tweede lid, van de Wtra verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 14 mei 2018 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog de gronden van het hoger beroep in te dienen, dat niet tijdig (namelijk pas bij brief van 14 juni 2018) heeft gedaan.
2. Appellant heeft in verzet terecht aangevoerd dat het beroepschrift (van 9 mei 2018) wel degelijk een hogerberoepsgrond bevat en dat hij daarom niet in verzuim is geweest. Het verzet is daarom gegrond.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 3 juli 2018 en wordt de behandeling van de zaak voortgezet.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, mr. R.W.L. Koopmans en mr.
H.S.J. Albers, in aanwezigheid van R. van Cuilenborg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2018.
w.g. T.G.M. Simons w.g.R. van Cuilenborg