ECLI:NL:CBB:2018:517
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele buitensporige last bij vaststelling melkveefosfaatreferentie 2013
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar melkveefosfaatreferentie (MVFR) 2013 door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, stellende dat de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (Wvgm) leidt tot een individuele buitensporige last in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College heeft eerder het bezwaar gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met individuele omstandigheden. Verweerder heeft de MVFR 2013 verhoogd, maar oordeelt dat geen sprake is van strijd met artikel 1 EP Pro.
Appellante voert aan dat zij aanzienlijke onomkeerbare investeringen en verplichtingen had aangegaan voor de uitbreiding van haar bedrijf, die leiden tot een buitensporige last. Verweerder stelt dat deze investeringen geen buitensporige last vormen en behoren tot het normale ondernemersrisico.
Het College oordeelt dat verweerder redelijke beoordelingscriteria heeft gehanteerd en dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De investeringen en verplichtingen na 12 december 2013 zijn voor eigen risico. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.