ECLI:NL:CBB:2018:555
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak accountantskamer over klacht tegen accountant-administratieconsulent
Appellant, een advocaat, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de accountantskamer waarin klachten tegen betrokkene, een accountant-administratieconsulent, zijn behandeld. De klachten betroffen onder meer misbruik van bevoegdheid, het verstrekken van vertrouwelijke gegevens, valsheid in geschrifte en nalatigheid bij fiscale aangiften.
De accountantskamer had een deel van de klachten niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en een ander deel ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de klachten voldoende aannemelijk waren gemaakt, onder meer door een e-mailverslag van een borrel en een bewijsaanbod voor het horen van getuigen. Het College oordeelde echter dat deze onderbouwing onvoldoende was en dat appellant niet had aangetoond dat hij concrete pogingen had gedaan om getuigen mee te brengen.
Verder oordeelde het College dat klachten over vermeende vervalste e-mails en herhaalde beschuldigingen niet ontvankelijk waren omdat deze te laat of onjuist waren ingebracht. Ook de klacht over het niet indienen van fiscale aangiften werd als niet-ontvankelijk beoordeeld vanwege overschrijding van de termijnen. Het College bevestigde daarmee de uitspraak van de accountantskamer en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer bevestigd.