Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Ursa Major Services B.V., te Emmeloord (hierna: UMS), appellante
Procesverloop
Overwegingen
(16) Om het hefboomeffect van de Gemeenschapsbijdrage te vergroten door het gebruik van particuliere financieringsbronnen zoveel mogelijk te stimuleren, en om meer rekening te houden met de rentabiliteit van de concrete acties, moeten de bijstandsvormen van het EVF gediversifieerd en de bijstandspercentages gedifferentieerd worden teneinde het communautaire belang te bevorderen, het gebruik van gediversifieerde financieringsbronnen aan te moedigen en de bijdrage van het EVF te beperken door het gebruik van adequate bijstandsvormen te bevorderen.
(…)
(…)
DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE VOORSCHRIFTEN INZAKE BIJSTAND
Werkingssfeer en definities
Werkingssfeer
(…)
Definities
(…)
l) "begunstigde": de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overheidssteun uiteindelijk ontvangt;
m) "overheidsuitgaven": elke overheidsbijdrage aan de financiering van concrete acties die afkomstig is uit de begroting van de staat, van een regionale of plaatselijke overheid of van de Europese Gemeenschappen en elke soortgelijke uitgave. Elke bijdrage aan de financiering van concrete acties die afkomstig is uit de begroting van publiekrechtelijke instellingen of verenigingen van een of meer regionale of plaatselijke overheden of publiekrechtelijke instellingen die handelen overeenkomstig Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten wordt beschouwd als een overheidsbijdrage;
(…)
Beginselen inzake bijstandsverlening
Complementariteit, samenhang en conformiteit
(…)
Partnerschap
a) de bevoegde regionale, lokale en andere overheden;
b) de economische en sociale partners;
c) andere passende instanties.
(…)
FINANCIËLE BIJDRAGE UIT HET EVF
Bijdrage uit het EVF
Intensiteit van de overheidssteun
Bijdrage uit het EVF
2. De bijdrage uit het EVF wordt berekend op basis van het totaalbedrag aan overheidsuitgaven.
3. De bijdrage uit het EVF wordt voor elk prioritair zwaartepunt afzonderlijk vastgesteld. (…)
4. De minimale bijdrage van het EVF per prioritair zwaartepunt bedraagt 20% van de totale overheidsuitgaven.
5. De steun die uit het EVF aan een concrete actie wordt verleend, bedraagt ten minste 5% van de voor steun aan de concrete actie toegewezen overheidsuitgaven.
6. Het totale bedrag aan steun dat uit het EVF aan een concrete actie wordt verleend beloopt ten hoogste 95% van de voor steun aan de concrete actie toegewezen overheidsuitgaven.
(…)
10. Maatregelen op het gebied van technische bijstand die op initiatief van of namens de Commissie worden uitgevoerd, worden voor 100% uit het EVF gefinancierd.
(…)
Subsidiabiliteit van de uitgaven
2. In afwijking van lid 1 kunnen bijdragen in natura, afschrijvingskosten en algemene kosten onder de volgende voorwaarden worden beschouwd als uitgaven die de begunstigden voor de uitvoering van concrete acties hebben betaald:
a) de in lid 4 opgenomen subsidiabiliteitsregels bepalen dat deze uitgaven subsidiabel zijn;
b) het bedrag van de uitgaven wordt verantwoord door boekhoudkundige stukken met dezelfde bewijskracht als facturen;
c) voor bijdragen in natura bedraagt de cofinanciering uit het EVF niet meer dan het totaal van de subsidiabele uitgaven met uitsluiting van de waarde van deze bijdragen.
(…)
4. De regels inzake de subsidiabiliteit van de uitgaven worden op nationaal niveau vastgesteld onder voorbehoud van de bij deze verordening vastgestelde uitzonderingen. Zij zijn van toepassing op alle overheidsuitgaven die in het kader van het betrokken operationele programma worden aangemeld.
(…)
7. In het geval van operaties waarbij geen uitgaven ten laste komen van de begunstigde, geldt de aan de begunstigde betaalde overheidssteun als uitgaven die in aanmerking komen voor een bijdrage uit het EVF.
(…)
FINANCIEEL BEHEER
Financieel beheer
(…)
Betalingen
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de betalingen
2. De uitbetaling geschiedt in de vorm van een voorfinanciering, van tussentijdse betalingen en van een saldobetaling. De bijdragen worden betaald aan de door de lidstaat aangewezen instantie.
(…)
Intensiteit van de steun
De beheersautoriteit laat zich hierbij leiden door de volgende overwegingen:
- (…)
- financiële participatie door collectieve organen, onderzoeksinstellingen."
(…)
Artikel 1:9. Indiening aanvraag subsidieverlening
2. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project gaat vergezeld van een projectplan, waarin ten minste is opgenomen:
(…)
c. een sluitende begroting voor het project, die een meerjarenbegroting is met liquiditeitsplanning per jaar voor zover het project langer dan een jaar duurt, met toelichting daarop;
(…)
2. (…)
3. De Minister kan goedkeuring verlenen aan een tussentijdse wijziging van een projectplan, tenzij de wijziging:
a. de doelstellingen, omschreven in het projectplan, betreft;
b. verhoging van het bedrag van de subsidie of het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld, tot gevolg heeft.
4. Bij een goedkeuring als bedoeld in het derde lid kan de Minister de beschikking tot subsidieverlening alsmede de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen wijzigen.
(…)
a. kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd van overheidswege;
b. kosten die niet aantoonbaar rechtstreeks aan de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft zijn toe te rekenen;
c. debetrente;
d. kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd in strijd met EG-maatregelen of nationale voorschriften die daarop van toepassing zijn.
(…)
4. In aanvulling op de voorschriften, gesteld in deze regeling, kan de Minister bij de openstelling, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, nadere voorschriften stellen over de voor een subsidie in aanmerking komende kosten.
(…)
(…)
Titel 3. Maatregelen van gemeenschappelijk belang
(…)
§ 4. Duurzame ontwikkeling visserijgebieden
(…)
Artikel 4:33c. Subsidiabele activiteiten
2. Voor subsidie komen in aanmerking projecten die bijdragen aan de doelstelling, bedoeld in het eerste lid, en gericht zijn op:
a. de versterking van het concurrentievermogen van een visserijgebied;
b. de herstructurering en heroriëntering van economische activiteiten, met name door stimulering van het ecotoerisme, mits deze activiteiten niet leiden tot een verhoging van de visserij-inspanning;
c. de diversificatie van activiteiten, door een gecombineerde beroepsactiviteit voor vissers te bevorderen, via het scheppen van extra werkgelegenheid buiten de visserijsector;
d. het bieden van meerwaarde aan visserijproducten;
e. de ondersteuning van infrastructuurvoorzieningen voor kleinschalige visserij en toerisme, alsmede van diensten ten voordele van kleine vissersgemeenschappen;
f. de bescherming van het milieu in een visserijgebied zodat deze hun aantrekkelijkheid behoudt, het rehabiliteren en ontwikkelen van kustdorpjes en dorpen met visserijactiviteiten, en de bescherming en verbetering van het natuurlijke en architecturale erfgoed.
(…)
a. loonkosten en kosten voor eigen arbeid voor zover ze betrekking hebben op de uitvoering van het project;
b. kosten van een controleverklaring van een accountant, voor zover deze kosten niet meer bedragen dan € 2500;
c. kosten verbonden aan ontwikkeling, aanschaf of het testen van nieuwe apparaten, diensten, technologieën of andere innovaties;
d. kosten verbonden aan de uitvoering van promotie, voorlichting of publicaties;
e. kosten voor organisatie en facilitering van een samenwerkingsverband, waaronder begrepen zaal- en locatiehuur, vergaderfaciliteiten en bureaukosten;
f. kosten voor de bouw, verwerving, verbetering of inrichting van onroerende goederen;
g. algemene kosten verbonden aan de kosten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, zoals kosten voor adviseurs, architecten of ingenieurs, tot een hoogte van 25% van de totale subsidiabele kosten en haalbaarheidsstudies, verwerven van patenten en vergunning.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten van projecten als bedoeld in groep 2 en groep 4 van bijlage II bij verordening nr. 1198/2006.
(…)".
Titel 1. Maatregelen van gemeenschappelijk belang
(…)
§ 3. Duurzame ontwikkeling visserijgebieden
(…)
Artikel 43e
(…)".