Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake subsidies op grond van de Regeling LNV-subsidies, modules Collectieve acties en Duurzame ontwikkeling van visserijgebieden. De kern van het geschil betreft de weigering van verweerder om bijdragen van derden als subsidiabele kosten te erkennen.
Het College heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van artikel 55, lid 1, van Verordening (EG) Nr. 1198/2006. Het Hof oordeelde dat kosten gefinancierd uit bijdragen van derden subsidiabel kunnen zijn mits correct verantwoord. Op basis hiervan vernietigt het College de bestreden besluiten en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen.
Daarnaast is vastgesteld dat de behandelingstermijnen de redelijke termijn overschreden, waardoor de Staat aan appellante schadevergoedingen toekomt van € 2.000,- en € 1.500,- respectievelijk. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan appellante vergoed. Verweerder krijgt een termijn van twaalf weken om nieuwe besluiten te nemen.