ECLI:NL:CBB:2019:107
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking communautaire vergunning op grond van Bibob-advies wegens ernstig gevaar van misbruik
Appellante, een transportonderneming, kreeg haar communautaire vergunning ingetrokken door verweerder op grond van een Bibob-advies waarin ernstig gevaar werd vastgesteld dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten.
Het Bibob-advies baseerde zich op strafbare feiten gepleegd door een nauwe zakelijke en familiale relatie van appellante, waaronder valsheid in geschrifte, belastingfraude en witwassen, gepleegd in de periode 2009-2013. Ondanks dat deze feiten enkele jaren oud zijn en nog niet tot veroordeling hebben geleid, achtte het College het aannemelijk dat deze feiten zijn gepleegd en dat het gevaar reëel is.
Appellante voerde aan dat het samenwerkingsverband met de verdachte was beëindigd en dat intrekking onevenredig was, maar het College oordeelde dat het samenwerkingsverband recentelijk was beëindigd en dat het risico bestond dat het zou herleven. Ook was intrekking proportioneel gezien de ernst van het gevaar en de aard van de strafbare feiten.
Het College vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of willekeur bij verweerder en concludeerde dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de communautaire vergunning wordt ongegrond verklaard.