ECLI:NL:CBB:2019:112
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging last onder dwangsom voor online kredietaanbieder uit andere lidstaat
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde onderneming die online flitskredieten aanbiedt aan Nederlandse consumenten, zonder vergunning van de AFM, terecht een last onder dwangsom opgelegd kreeg wegens overtreding van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
De rechtbank Rotterdam had het besluit van de AFM vernietigd omdat zij oordeelde dat het online kredietaanbod viel onder de richtlijn inzake elektronische handel en daarmee buiten het toepassingsbereik van de Wft viel. De AFM stelde echter dat het debiteurenbeheer, dat telefonisch plaatsvindt, een afzonderlijke financiële dienst is die wel onder de Wft valt en waarvoor een vergunning vereist is.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven overwoog dat het debiteurenbeheer niet als een zelfstandige activiteit moet worden gezien, maar als een integraal onderdeel van het dienstenpakket waarvan het hoofdelement het online aanbieden van krediet is. Dit dienstenpakket kwalificeert als een dienst van de informatiemaatschappij volgens artikel 3:15d BW en valt daardoor, gelet op artikel 1:16 Wft Pro, buiten het toepassingsgebied van de Wft.
Daarmee is de last onder dwangsom onterecht opgelegd en bevestigde het College het vonnis van de rechtbank. Tevens werd een griffierecht van €519 opgelegd aan de AFM.
Uitkomst: Het hoger beroep van de AFM is ongegrond verklaard en de last onder dwangsom vernietigd.