ECLI:NL:CBB:2019:225
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overtreding Wwft door belastingadvieskantoor
Appellante, een belastingadvieskantoor, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) wegens overtreding van artikelen 3 en 5 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De overtredingen betroffen het niet adequaat identificeren en verifiëren van cliënten en uiteindelijk belanghebbenden in meerdere cliëntdossiers.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat BFT bevoegd was tot boeteoplegging en dat er geen sprake was van willekeur of ongelijke behandeling. Appellante stelde in hoger beroep dat BFT haar ten onrechte geen herstelmogelijkheid bood en dat het boetebeleid onrechtmatig werd toegepast, omdat het huidige boetebeleid pas na de overtredingen was vastgesteld.
Het College van Beroep oordeelde dat appellante de Wwft inderdaad had overtreden en dat BFT bevoegd was tot boeteoplegging. Het stelde vast dat het huidige boetebeleid waarschijnlijk pas vanaf juni 2016 van kracht was, terwijl de overtredingen eerder plaatsvonden. Door het niet-voortvarend optreden van BFT was de boete op basis van het huidige beleid onredelijk hoog. Daarom werd de boete gematigd tot €6.750. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de boetehoogte betrof.
Uitkomst: Boete wegens overtreding Wwft gematigd tot €6.750 vanwege niet-voortvarend optreden BFT en toepassingsmoment boetebeleid.