ECLI:NL:RBROT:2017:4911
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding meldingsplicht ongebruikelijke transacties Wwft
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van [A] tegen een bestuurlijke boete opgelegd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) wegens overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Het BFT stelde vast dat [A] in vijftien van twintig onderzochte dossiers niet voldeed aan de vereisten van cliëntenonderzoek zoals vastgelegd in artikel 3 Wwft Pro, doordat identificatiegegevens ontbraken. Tevens werden in twee dossiers ongebruikelijke transacties niet gemeld aan de FIU-NL, in strijd met artikel 16 Wwft Pro.
[A] voerde aan dat het bewaren van kopieën van identiteitsbewijzen in strijd was met identiteitswetgeving en dat er geen ongebruikelijke transacties waren. De rechtbank oordeelde dat artikel 16 Wwft Pro een ruime strekking heeft en dat elke ongebruikelijke transactie gemeld moet worden, ongeacht concrete aanwijzingen voor witwassen. De leningen in een dossier en het vermoeden van fiscale fraude in een ander dossier hadden gemeld moeten worden.
De rechtbank achtte het boetebeleid van het BFT, dat boetes relateert aan de omzet en matigt op basis van ernst en duur, niet onredelijk. Gezien het aantal overtredingen en de omstandigheden was de boete van €7.000 passend. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens overtreding van de Wwft wordt ongegrond verklaard.