Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juli 2019 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats] , gemeente [gemeente] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigden: mr. M.A.G. van Leeuwen en mr. C. Cromheecke).
Procesverloop
Overwegingen
Het College stelt vast dat verweerder in het verweerschrift is teruggekomen op het in het bestreden besluit ingenomen standpunt (onder 2 weergegeven). Verweerder heeft in het verweerschrift de bezwaren van appellant met betrekking tot de oppervlakte van zijn percelen alsnog inhoudelijk beoordeeld en daarmee zijn motivering in het bestreden besluit gewijzigd. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het College zal onderzoeken of het geschil finaal kan worden afgedaan.
In het jaar 2015 zijn de berekende oppervlakten van de ingetekende percelen in een digitale en numerieke opgave gelijk. De landbouwer moet de intekening aanpassen, als hij een andere oppervlakte wil aanvragen. Dit kan de landbouwer doen door bijvoorbeeld een GPS-meting in te lezen in het systeem en de lijnen van de meting over te nemen in zijn aanvraag. De landbouwer geeft aldus gemotiveerd aan dat er meer oppervlakte in het veld ligt dan was voorgesteld en dat het referentieperceel mitsdien niet juist is.
Het College overweegt als volgt.
Ter voorlichting aan partijen overweegt het College het volgende.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan appellant te vergoeden;