ECLI:NL:CBB:2019:332
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing knelgevallenregeling afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht voor zijn bedrijf is vastgesteld op 6.234 kilogram. Dit besluit is gebaseerd op de forfaitaire productie van dierlijke meststoffen door melkvee op 2 juli 2015. Het bezwaar van appellant is door de minister ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Appellant voerde aan dat vanwege dierziekte op zijn bedrijf en problemen met melkrobots de gemiddelde melkproductie en het aantal dieren lager waren, waardoor hij aanspraak zou moeten maken op de knelgevallenregeling van artikel 23, zesde lid, Meststoffenwet. De minister stelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van deze regeling, omdat de fosfaatproductie op de peildatum niet minimaal 5% lager was dan in de referentieperiode.
Het College oordeelde dat bij toepassing van de knelgevallenregeling geen rekening wordt gehouden met niet gerealiseerde uitbreidingen op de peildatum. De minister heeft terecht de dieraantallen van 2014 als referentie genomen en niet de hypothetische aantallen die appellant in 2015 zou hebben gehad zonder dierziekte. Daarmee is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.