ECLI:NL:CBB:2019:347
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling betalingsrechten 2016 op grond van GLB geweigerd
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake de vaststelling van de basis- en vergroeningsbetaling voor het jaar 2016. Het geschil betreft de vaststelling van de subsidiabele perceeloppervlakten en de toepassing van administratieve sancties.
Bij het primaire besluit werd een oppervlakte van 35,41 hectare gehanteerd, wat leidde tot een sanctie wegens een te grote opgegeven oppervlakte. Het bestreden besluit herzag dit naar 35,90 hectare en verlaagde de sanctie. Appellant betwistte de methode van oppervlaktebepaling, de toepassing van meettoleranties en de afwijzing van een fysieke veldmeting.
Het College oordeelde dat de methode van oppervlaktebepaling op basis van de AAN-laag en luchtfoto's niet onjuist is en dat de bevoegde autoriteit niet verplicht is tot fysieke meting bij geconstateerde onregelmatigheden. Ook het beroep op de 1%-controle en meettoleranties faalde omdat appellant onvoldoende concreet nadeel aantoonde.
Ten aanzien van een specifiek perceel (nummer 35) werd geoordeeld dat de perceelgrens correct was vastgesteld, inclusief de afweging rondom overhangende bomen. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de sanctie en oppervlaktevaststelling bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de vaststelling van betalingsrechten 2016 wordt ongegrond verklaard.