ECLI:NL:CBB:2019:365
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- T. Pavićević
- B. Bastein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om herziening S&O-verklaringen wegens ontbreken nieuwe feiten of kennelijke misslag
Appellante verzocht om herziening van drie besluiten betreffende S&O-verklaringen voor de jaren 2011, 2012 en 2013. Verweerder wees deze verzoeken af op grond dat de besluiten in rechte onaantastbaar waren en appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aanvoerde die herziening rechtvaardigen.
Appellante stelde dat verweerder de S&O-uurlonen onjuist had berekend, verwijzend naar een eerdere uitspraak van het College in 2013. Zij betoogde dat verweerder de fout had moeten corrigeren, met name voor 2011 en 2012. Het College oordeelde echter dat de eerdere uitspraak en de door appellante ontdekte onjuistheid in de aanvraag voor 2013 geen nieuwe feiten of omstandigheden vormen volgens artikel 4:6 van Pro de Awb.
Het College overwoog dat nieuwe jurisprudentie en argumenten in principe niet leiden tot herziening en dat de vragen van de belastingdienst in 2016/2017 niet als nieuwe feiten gelden. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard, mede omdat verweerder het uurloon voor 2013 wel had gecorrigeerd, maar de besluiten voor 2011 en 2012 in rechte onaantastbaar waren geworden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door drie rechters van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 27 augustus 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verzoeken om herziening van de S&O-verklaringen voor 2011, 2012 en 2013 wordt ongegrond verklaard.