ECLI:NL:CBB:2019:366
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- I.M. Ludwig
- T.L. Fernig-Rocour
- Rechtspraak.nl
Geen rechtstreeks belang bij verzoek om handhaving tegen derde-partij in tomatenplantenzaken
Appellante, een zaadproducerend bedrijf, verzocht handhaving tegen een derde-partij wegens vermeende overtreding van regelgeving omtrent vaccinatie van tomatenplanten tegen het Pepinomozaïekvirus (PepMV). De derde-partij levert tomatenplanten aan appellante via een tussenpartij, waardoor geen directe contractuele relatie bestaat tussen appellante en de derde-partij.
Verweerder wees het handhavingsverzoek af omdat geen overtreding was vastgesteld en appellante geen rechtstreeks belang had bij het besluit. Appellante stelde dat het ontbreken van handhaving directe negatieve gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering en eigendomsbelang, en dat zij zwaarder wordt getroffen dan andere tomatenkwekers.
Het College oordeelde dat appellante wel belang, maar geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit, omdat het verband tussen het handhavingsverzoek en de levering van tomatenplanten via een derde partij onvoldoende direct is. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Dit oordeel blijft ook staan ondanks eerdere voorlopige voorzieningen waarbij het belang wel werd aangenomen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang van appellante bij het handhavingsverzoek.