Appellante, producent van papier, ontving subsidie voor een vergassingsinstallatieproject. Na een essentiële leverancierswissel zonder ontheffing stelde verweerder de subsidie lager vast. Verweerder paste een korting van 50% toe op subsidiabele kosten gemaakt vóór de wissel, wat appellante betwistte als onevenredig en onvoldoende gemotiveerd.
Het College oordeelde dat de leverancierswissel een essentiële wijziging was en verweerder bevoegd was de subsidie lager vast te stellen. Echter handelde verweerder niet consequent door kostenposten binnen eigen criteria buiten de vaststelling te houden en een onverklaarde korting toe te passen.
Het bestreden besluit ontbeerde een draagkrachtige motivering en was in strijd met de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.