Appellante, producent van papier, ontving subsidie voor een vergassingsinstallatieproject. Na een essentiële leverancierswissel zonder ontheffing stelde verweerder de subsidie vast met een korting van 50%, wat leidde tot een lager subsidiebedrag dan oorspronkelijk begroot.
Het College constateerde dat verweerder ten onrechte kostenposten (A5 en A6) buiten de subsidievaststelling hield en dat de motivering voor de 50% korting onvoldoende was. Het College achtte een korting van 10% passend en evenredig, gezien de verstrekkende financiële gevolgen voor appellante.
Daarnaast werd vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure ruim twee jaar langer duurde dan redelijk is, wat resulteerde in een schadevergoeding van € 2.000,-. Het College vernietigde het bestreden besluit, stelde de subsidie vast op € 1.607.261,40 en veroordeelde verweerder en de Staat tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten.