ECLI:NL:CBB:2019:522
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag uitbetaling basis- en vergroeningsbetaling GLB 2017 zonder kennelijke fout
Appellante, V.O.F. Kaasboerderij, heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de basisbetalingsregeling 2017 door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In haar Gecombineerde Opgave 2017 gaf zij bewust minder hectares landbouwgrond op dan zij feitelijk in gebruik had, vanwege uitsluiting van percelen met een N-code volgens de toen geldende regels.
Verweerder kende een bedrag toe op basis van de opgegeven 51,86 hectare en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk. Na herziening bevestigde verweerder dit besluit. Appellante stelde dat het College moest uitgaan van de feitelijke situatie en dat de regels onrechtmatig waren, maar het College oordeelde dat wijziging van de aanvraag na de uiterste datum alleen mogelijk is bij een kennelijke fout, welke hier niet is vastgesteld.
Het College concludeerde dat appellante bewust minder hectares had opgegeven en dat materieel voldoen aan voorwaarden onvoldoende is om een late wijziging te rechtvaardigen. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.