ECLI:NL:CBB:2019:523
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij verwijdering percelen uit gecombineerde opgave GLB 2017
Appellante, een landbouwbedrijf, had in april 2017 een gecombineerde opgave ingediend voor uitbetaling van betalingsrechten over 48,26 hectare landbouwgrond, inclusief percelen 2, 3 en 5. In een gewijzigde opgave van september 2017 werden deze percelen echter niet meer opgegeven, waardoor de oppervlakte voor uitbetaling daalde naar 39,75 hectare. Verweerder besloot op basis van deze gewijzigde opgave het bedrag voor uitbetaling vast te stellen.
Appellante stelde dat zij onbedoeld de percelen had verwijderd en dat sprake was van een kennelijke fout. Verweerder stelde dat appellante met de gewijzigde opgave haar aanvraag voor deze percelen had ingetrokken en dat geen sprake was van een kennelijke fout, omdat de opgaven niet tegenstrijdig waren en het verschil niet zodanig groot was dat het bij summier onderzoek had moeten opvallen.
Het College overwoog dat intrekking van een steunaanvraag na de uiterste indieningstermijn alleen mogelijk is bij een kennelijke fout, die wordt gekarakteriseerd door een tegenstrijdigheid die bij summier onderzoek opvalt en redelijkerwijs niet conform de bedoeling van de aanvrager is. Het College stelde vast dat appellante de percelen formeel had verwijderd in het systeem en dat zij meerdere stappen had moeten zetten om deze wijziging door te voeren. Bovendien had zij bij de gewijzigde opgave kunnen zien dat de percelen ontbraken en dat het totaal lager was dan eerder opgegeven.
Het College concludeerde dat er geen sprake was van een kennelijke fout en dat verweerder terecht was uitgegaan van de oppervlakte van 39,75 hectare voor de uitbetaling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een kennelijke fout bij het verwijderen van percelen uit de gecombineerde opgave.