ECLI:NL:CBB:2019:589
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.L. Fernig-Rocour
- A. El Markai
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en knelgevallenregeling bij bedrijfsuitbreiding melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkvee- en varkenshouderij en streefde naar uitbreiding van haar bedrijf. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op de peildatum 2 juli 2015 en paste een generieke korting toe. Appellante voerde aan dat de knelgevallenregeling toegepast moest worden met dieraantallen van 1 januari 2016 of een hogere gemiddelde melkproductie, en stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling correct is toegepast door uit te gaan van de dieraantallen op 31 december 2014, de datum waarop de bijzondere omstandigheid (verbouwing) aanving. De door appellante overgelegde mpr-overzichten en stellingen over hogere melkproductie konden niet leiden tot een hogere vaststelling van het fosfaatrecht, omdat zij onvoldoende bewijs leverden. Ook de vermeende extra melk voor jongvee en varkens maakte geen verschil voor de 5%-voorwaarde.
Ten aanzien van het beroep op artikel 1 van Pro het EP stelde het College vast dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last vormt. De memo die appellante overlegde was niet actueel en gaf geen inzicht in haar actuele financiële situatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.