ECLI:NL:CBB:2019:668
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en proceskostenveroordeling
Appellante, een melkveehouder, voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw tot vaststelling van haar fosfaatrecht, stellende dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en een individuele, buitensporige last oplegt. Zij baseerde zich op vergunningen en investeringen voor bedrijfsuitbreiding die zij voor de peildatum had gedaan.
Het College overwoog dat het stelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar situatie een individuele buitensporige last vormde. Het feit dat zij haar bedrijf uitbreidde terwijl bekend was dat het melkquotum zou worden afgeschaft en productiebeperkende maatregelen te verwachten waren, speelde een belangrijke rol.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat aannemelijk was dat appellante daardoor niet benadeeld werd. Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College veroordeelde de minister in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtbesluit wordt ongegrond verklaard, met veroordeling van de minister in proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellante.