Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
en [naam 2], appellante, te [plaats] ,
[naam 3] RA, (betrokkene)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer op grond van artikel 43 van Pro de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra). Volgens de Wtra moet het beroepschrift de gronden van het hoger beroep bevatten en binnen zes weken na verzending van de uitspraak van de accountantskamer worden ingediend.
Het beroepschrift van appellanten bevatte geen gronden. Het College heeft appellanten bij brief in de gelegenheid gesteld deze gronden alsnog binnen zes weken in te dienen. Deze brief werd onbestelbaar retour gezonden, waarna een gewone brief werd verzonden. Appellanten hebben binnen de gestelde termijn geen reactie gegeven.
Appellant lichtte ter zitting toe dat zij in een afgelegen gebied in Spanje wonen waar postbezorging problematisch is. Ondanks deze omstandigheden heeft het College geoordeeld dat appellanten in verzuim zijn omdat zij geen voorzieningen hebben getroffen, zoals het opgeven van een postadres in Nederland.
Het College concludeert dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig indienen van de gronden en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, mr. R.W.L. Koopmans en mr. H.S.J. Albers op 17 december 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep.