ECLI:NL:CBB:2020:1001
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Herroeping fosfaatrecht en vernietiging besluit op grond van Meststoffenwet
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en had uitbreidingsplannen die op de peildatum 2 juli 2015 nog niet volledig waren gerealiseerd. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op de peildatum en wees het beroep op de knelgevallenregeling af. Appellante voerde onder meer aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplevert en dat de melkproductie ten onrechte te laag was vastgesteld.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel geen ongeoorloofde staatssteun vormt en in overeenstemming is met de Nitraatrichtlijn en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De knelgevallenregeling is correct toegepast, waarbij de peildatum leidend is. De door appellante gestelde melkproductiecorrectie wegens antibioticagebruik is onvoldoende onderbouwd.
Het College stelt dat investeringen en uitbreidingsbeslissingen van appellante ondernemersrisico's zijn en dat het stelsel geen individuele buitensporige last oplevert. Gezien het tijdstip van investeringen en de afschaffing van het melkquotum was het voor appellante redelijkerwijs duidelijk dat groei beperkt zou worden.
Uiteindelijk vernietigt het College het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, stelt het fosfaatrecht vast op 9.937 kg en veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het College vernietigt het bestreden besluit en stelt het fosfaatrecht vast op 9.937 kg met veroordeling in proceskosten.