ECLI:NL:CBB:2020:1015
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen correctie S&O-verklaring wegens uitgaven door zustermaatschappij buiten fiscale eenheid
Appellante, een onderneming die voortstuwingsinstallaties voor schepen ontwikkelt, ontving een S&O-verklaring voor uitgaven die later gecorrigeerd werden omdat deze uitgaven niet door haar, maar door een zustermaatschappij buiten de fiscale eenheid waren gedaan. Verweerder heeft de correctie gebaseerd op artikel 25, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wva, omdat onjuiste gegevens waren verstrekt.
Appellante voerde aan dat de aanvraag abusievelijk op haar naam was ingediend vanwege nauwe economische verbondenheid met de zustermaatschappij en stelde dat het evenredigheidsbeginsel werd geschonden. Zij stelde ook dat een administratieve omzetting van de uitgaven mogelijk moest zijn, en overhandigde later facturen ter onderbouwing.
Het College oordeelde dat de uitgaven drukken op de zustermaatschappij die geen fiscale eenheid vormt met appellante, waardoor appellante geen recht had op de afdrachtvermindering voor deze uitgaven. Het voorstel tot omzetting kon niet baten en de overgelegde facturen waren onvoldoende om de uitgaven aan appellante toe te rekenen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat het fiscale voordeel alleen toekomt aan de inhoudingsplichtige die de uitgaven doet.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard en de correctie-S&O-verklaring blijft gehandhaafd.