Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 2.100,-.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante exploiteert een melkveehouderij en ontving een randvoorwaardenkorting van 61% op haar GLB-subsidies vanwege overtredingen van identificatie- en registratienormen, waaronder het niet melden van doodgeboortes en onjuiste moederdierenregistratie.
Het College oordeelt dat de kennisgeving van doodgeboortes niet verplicht is volgens artikel 7 van Pro Verordening 1760/2000, waardoor de opgelegde korting voor deze overtreding onrechtmatig is. Wel is vastgesteld dat appellante twee kalveren als fictieve meerlingen heeft opgegeven en een rund beide oormerken verloor, wat opzettelijke niet-naleving inhoudt.
Daarom vernietigt het College het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en stelt het zelf een korting van 21% vast, bestaande uit 20% voor de opzettelijke onjuiste registratie en 1% voor de oormerken. Tevens worden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het College stelt de randvoorwaardenkorting vast op 21% en vernietigt het bestreden besluit.