ECLI:NL:CBB:2020:110
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijke besluiten betalingsrechten GLB
Appellante verzocht de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om herziening van besluiten uit 2016 en 2017 betreffende de toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze besluiten waren onherroepelijk geworden omdat appellante geen rechtsmiddelen had aangewend. De minister wees het verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, zoals vereist in artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellante stelde dat de minister onredelijk handelde door niet terug te komen op de besluiten, mede omdat het College in een eerdere uitspraak (11 juli 2017) een bepalingen van de Uitvoeringsregeling GLB onverbindend had verklaard. Zij voerde ook aan dat zij een maatschappelijke rol vervult en dat haar bedrijf daardoor bijzondere omstandigheden kent. Het College overwoog dat nieuwe jurisprudentie geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt en dat het onverbindend verklaren van een regeling niet automatisch leidt tot herziening van onherroepelijke besluiten.
Verder oordeelde het College dat het feit dat andere landbouwers wel rechtsmiddelen hadden ingesteld en daardoor alsnog hogere betalingen ontvingen, geen schending van het gelijkheidsbeginsel oplevert. Appellante had immers zelf de mogelijkheid om bezwaar te maken maar had dit niet gedaan. Ook haar stellingen over de omvang van de misgelopen steun en haar maatschappelijke rol waren onvoldoende om het besluit evident onredelijk te achten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herziening gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van onherroepelijke besluiten over betalingsrechten GLB wordt ongegrond verklaard.