Eiseres, exploitant van een tuinbouwbedrijf, verzocht om herziening van een bestuurlijke boete van €14.310,45 opgelegd wegens overschrijding van fosfaatgebruiksnormen. Dit verzoek werd afgewezen door verweerder, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
Eiseres stelde dat verweerder willens en wetens informatie over handhavingsmarges had achtergehouden, waardoor zij onvoldoende gelegenheid had zich te verdedigen. Tevens werd een motiveringsgebrek aangevoerd omdat verweerder niet op dit standpunt had gereageerd. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich zorgvuldig had voorbereid en gemotiveerd had dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
Hoewel verweerder niet expliciet had getoetst aan het criterium van evident onredelijkheid, werd dit motiveringsgebrek gepasseerd omdat verweerder ter zitting had toegelicht dat dit wel was gebeurd. De rechtbank vond het beleid van verweerder niet kennelijk onredelijk en concludeerde dat de afwijzing van het herzieningsverzoek niet evident onredelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.