Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
beslissing op het wrakingsverzoek van
[naam 3], te [plaats] ,
(verzoekers)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen een lid van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, omdat zij vonden dat zij onvoldoende spreektijd kregen tijdens een zitting en dat de raadsheer hun verzoek om aanhouding van de zaak onterecht had afgewezen. Zij voerden aan dat de spreektijd van 10 minuten te kort was voor hun complexe zaak en dat er mogelijk vooroverleg was geweest tussen de raadsheer en de tegenpartij om hen te beperken.
De raadsheer stelde dat de spreektijd passend was binnen de geplande zittingsduur en dat verzoekers vooraf niet om meer tijd hadden gevraagd. Ook ontkende hij dat hij onderwerpen had uitgesloten of dat de discussie over spreektijd van de spreektijd was afgetrokken. Het College oordeelde dat het wrakingsverzoek zich richtte op procesbeslissingen die niet bedoeld zijn om via wraking te worden aangevochten, tenzij er sprake is van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.
Het College constateerde dat verzoekers tijdens de zitting op de hoogte waren van de spreektijd en dat zij geen verzoek om verlenging hadden ingediend. De vermeende interactie tussen de raadsheer en de Kamer van Koophandel was niet tijdig ingebracht en maakte geen deel uit van het wrakingsverzoek. Het College concludeerde dat er geen objectieve grond was voor het vermoeden van partijdigheid en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet zoals het was.