ECLI:NL:CBB:2020:149
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last bij melkveebedrijf na uitbreiding
Appellante, een melkveebedrijf bestaande uit een vennootschap onder firma, kocht in 2014 een tweede locatie en deed aanzienlijke investeringen met het oog op uitbreiding. Op de peildatum 2 juli 2015 hield zij 248 melk- en kalfkoeien en 226 jongvee. Verweerder stelde op grond van de Meststoffenwet het fosfaatrecht vast op basis van deze aantallen, waarbij de bezwaren van appellante ongegrond werden verklaard.
Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij een individuele en buitensporige last draagt, omdat haar bedrijfsvoering gebaseerd was op hogere vergunningen en investeringen. Verweerder betoogde dat appellante zich bewust had moeten zijn van productiebeperkende maatregelen en dat de investeringen ondernemersrisico's zijn.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het stelt dat niet ieder vermogensverlies een buitensporige last vormt en dat investeringen met het oog op uitbreiding ondernemersrisico's zijn die appellante zelf draagt. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangingsbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.