ECLI:NL:CBB:2021:86
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en investeringsbeslissingen melkveehouders
Appellanten, twee melkveebedrijven behorend tot hetzelfde moederbedrijf, voerden beroep aan tegen besluiten van de minister van Landbouw waarin hun fosfaatrechten werden vastgesteld op basis van de situatie op 2 juli 2015. Zij stelden onder meer dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt voor het fosfaatrechtenstelsel, dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun, en dat zij onterecht niet in aanmerking kwamen voor de knelgevallenregeling vanwege gedwongen verkoop van landbouwgrond voor natuurontwikkeling.
Het College oordeelde dat de Nitraatrichtlijn en het verbod op ongeoorloofde staatssteun niet zijn geschonden. De knelgevallenregeling was niet van toepassing omdat appellanten op de peildatum niet minder melkvee hielden dan daarvoor. Verder werd geoordeeld dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom zoals neergelegd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, en dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last.
Het College benadrukte dat investeringsbeslissingen van melkveehouders ondernemersrisico's zijn die zij zelf dragen. De investeringen van appellanten in 2012 en de vergunning in 2015 voor uitbreiding van de veestapel waren niet navolgbaar, mede gezien de afschaffing van het melkquotum en de waarschuwingen over productiebeperkende maatregelen. Hoewel de verkoop van grond de groei vertraagde, behoort dit tot het ondernemersrisico. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de economische belangen van appellanten.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van appellanten tegen de vaststelling van fosfaatrechten worden ongegrond verklaard.