ECLI:NL:CBB:2020:231
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep op knelgevallenregeling fosfaatrechten door dierziekte op melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf dat in 2011 werd getroffen door de dierziekte Neospora caninum, wat leidde tot een sterke daling van de melkproductie en vruchtbaarheidsproblemen. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015 en een generieke korting, en wees het bezwaar van appellante af omdat de 5%-drempel voor de knelgevallenregeling niet werd gehaald.
Appellante voerde aan dat de alternatieve peildatum en melkproductieperiode verkeerd waren gekozen en dat de periode van vóór het intreden van de dierziekte representatief moet zijn. Verweerder erkende een fout in de berekening maar handhaafde het standpunt dat de melkproductie van 2015 representatief was.
Het College oordeelde dat de alternatieve peildatum van 12 juli 2011 terecht was gekozen, maar dat de melkproductie van 2015 niet representatief was vanwege de blijvende invloed van de dierziekte. Het College stelde dat de representatieve periode het jaar voorafgaand aan het intreden van de dierziekte moest zijn (juli 2010 tot juni 2011). Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.