ECLI:NL:CBB:2020:238
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en investeringsrisico's bij melkveehouderij-uitbreiding
Appellante, een melkveehouderij-maatschap, stelde beroep in tegen het vervangingsbesluit van de minister van Landbouw inzake het fosfaatrecht, omdat zij meende dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en zij een individuele en buitensporige last draagt door investeringen in uitbreiding van haar veestapel.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de voorzienbaarheid van het stelsel voldoende was. De investeringen van appellante in 2014 en de daaropvolgende uitbreidingsplannen werden als ondernemersrisico's beoordeeld, waarbij appellante een zekere mate van voorzichtigheid had moeten betrachten.
Het College concludeerde dat het tekort aan fosfaatrechten voortkomt uit de generieke korting en de ondernemersbeslissingen van appellante, en dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd vergoed en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangingsbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.