Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2020 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
[naam 5] .
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante exploiteerde een melkveebedrijf dat vanwege infrastructuurplannen werd verplaatst en uitgebreid. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op 2 juli 2015 en wees verzoeken tot verhoging op grond van de knelgevallenregeling en startersregeling af. Appellante stelde dat de vertraging door infrastructuurwerken en de bedrijfsverplaatsing recht gaven op verhoging van het fosfaatrecht en dat sprake was van een individuele en buitensporige last.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling geen ruimte biedt voor hypothetische situaties en dat de startersregeling niet van toepassing is bij verplaatsing en uitbreiding van een bestaand bedrijf. De individuele en buitensporige last werd niet aangenomen omdat de bedrijfsverplaatsing en uitbreiding een ondernemersbeslissing betrof met eigen risico’s, die niet goed navolgbaar was gezien het tijdstip en de omstandigheden.
Hoewel het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was ten aanzien van de individuele last, passeerde het College dit gebrek omdat de uitkomst gelijk zou zijn gebleven. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd aan appellante vergoed en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de fosfaatrechtenverhoging wordt ongegrond verklaard.