ECLI:NL:CBB:2020:286
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveehouder
Appellante, een melkveehouder met een bedrijf waar zij op 2 juli 2015 456 melk- en kalfkoeien en 292 stuks jongvee hield, had aanzienlijke investeringen gedaan in een nieuwe ligboxenstal en andere bedrijfsmiddelen. Verweerder had het fosfaatrecht van appellante vastgesteld en later verhoogd in het vervangingsbesluit. Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht schond en dat zij een individuele en buitensporige last droeg omdat zij haar nieuw gebouwde stal niet volledig kon benutten.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat niet ieder vermogensverlies een individuele en buitensporige last vormt. Het feit dat appellante investeringen had gedaan zonder de benodigde vergunningen op de peildatum en vooruitliep op het verkrijgen daarvan, maakte haar investeringsbeslissingen niet navolgbaar. Bovendien droeg zij zelf de ondernemersrisico's.
Het College concludeerde dat de belangen van milieubescherming en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante. Het beroep tegen het bestreden besluit werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond verklaard.