ECLI:NL:CBB:2020:457
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over fosfaatrechten en toepassing generieke korting bij melkveebedrijf
Appellante, een melkveehouder, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar fosfaatrecht werd vastgesteld met toepassing van een generieke korting. Zij voerde aan dat de korting onterecht was omdat zij grondgebonden zou zijn en dat bepaalde percelen die zij verhuurde ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten.
Het College overwoog dat de Meststoffenwet en het Uitvoeringsbesluit geen ruimte bieden om de fosfaatproductie te bepalen aan de hand van de BEX-methode, welke door de wetgever uitdrukkelijk was afgewezen. Verder werd geoordeeld dat alleen landbouwgrond die op 15 mei 2015 tot het bedrijf behoorde, in aanmerking komt voor de fosfaatruimte, waardoor de verhuurde percelen en de in 2016 aangekochte grond buiten beschouwing blijven.
Daarnaast verwierp het College het beroep op schending van het eigendomsrecht en het argument van een individuele en buitensporige last. De vertrouwelijkheid van gegevens van derden werd niet geschonden in een mate die tot vernietiging van het besluit leidt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vaststelling van het fosfaatrecht bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.