Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juli 2020 in de zaak tussen
maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
22 augustus 2019. Die kamer heeft het onderzoek heropend, appellante schriftelijke vragen gesteld en bepaald dat het onderzoek zal worden voortgezet door een meervoudige kamer.
22 januari 2020 heeft appellante gereageerd op die brief van verweerder. Bij brief van
8 mei 2020 heeft verweerder gereageerd op die brief van appellante.
Overwegingen
17 februari 2015 geactualiseerd naar de situatie per 31 december 2013. De bedrijfsomvang bedraagt dan 71,89 nge, uitgaande van 37 melkkoeien en 26 stuks jongvee, 20,68 ha grasland en 1,89 ha snijmaïs. Het vermeldt dat de bedrijfsverplaatsing vooral is bedoeld om te groeien naar 65 tot 70 melkkoeien (126,07 nge).
1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Blijkens de factuur is met het opstellen van het rapport (‘opstellen onderbouwing onevenredige last invoering fosfaatrechten’) 4 uren gemoeid, zodat de kosten voor het rapport worden vastgesteld op € 490,52. Voor het bijwonen van de nadere zitting begroot het College het tijdverzuim op twee uren, tegen het tarief van 2020 van € 129,63, zodat de kosten voor de nadere zitting worden vastgesteld op € 259,26. Het College stelt de kosten van de deskundige vast op in totaal € 749,78.