Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2020 in de zaak tussen
[naam 1] , h.o.d.n. Melkveebedrijf [naam 1] , te [plaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
26 augustus 2009 een financieringsovereenkomst met de [naam 3] aangegaan voor
€ 800.000,-. In oktober 2009 is de stal in gebruik genomen.
– na de peildatum – vergunde situatie wordt gehanteerd. Verweerder heeft dan ook terecht het ontheffingsverzoek van appellant afgewezen. Tot slot is volgens verweerder geen sprake van een herroeping van het primaire besluit, zodat het verzoek om vergoeding van de proceskosten in bezwaarfase terecht is afgewezen.
€ 122,63 per uur, het tarief dat gold ten tijde van het opstellen van het rapport. Dit betekent dat de in dit verband gedeclareerde kosten tot een bedrag van
€ 2.697,86 (22 uur x € 122,63) voor vergoeding in aanmerking komen, exclusief de ingevolge artikel 15 van Pro het Besluit verschuldigde omzetbelasting.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 170,- aan appellant dient te vergoeden;