ECLI:NL:CBB:2020:600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing EIA-verklaring voor appartementen als woonhuizen in de zin van de Wet IB 2001
Appellante verwierf een pand, het voormalige GAK-gebouw, en herontwikkelde dit tot 120 appartementen met eigen voorzieningen zoals keukens en badkamers. Hoewel het bestemmingsplan zowel wonen als logies toestaat en de appartementen worden verhuurd voor kortdurend verblijf, oordeelde verweerder dat het pand als woonhuizen moet worden aangemerkt, waardoor investeringsaftrek op grond van artikel 3.45 Wet IB 2001 niet mogelijk is.
Appellante stelde dat de appartementen niet als woonhuizen kunnen worden beschouwd omdat ze hotelmatig worden geëxploiteerd en verwees naar de voorzieningen en de korte verblijfsduur van huurders. Het College stelde echter vast dat de aard en inrichting van de appartementen zelfstandige bewoning mogelijk maken en dat het tijdelijke karakter van het verblijf niet uitsluit dat het pand als woonhuizen wordt aangemerkt.
Het College benadrukte dat de wettelijke tekst een categorale uitsluiting inhoudt voor woonhuizen, zonder ruimte voor interpretatie op basis van doel en strekking. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van de EIA-verklaring terecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard en de afwijzing van de EIA-verklaring bevestigd.