ECLI:NL:CBB:2020:672
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van te laat ingediend bezwaar tegen fosfaatrechtenvrijstelling zoogkoeienhouders
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 december 2018 waarbij het verzoek tot toepassing van de vrijstelling voor zoogkoeienhouders werd gehonoreerd en het fosfaatrecht op 0 werd gesteld. Het bezwaar werd op 21 januari 2019 ingediend, terwijl de termijn op 19 januari 2019 was verstreken. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding.
Het College stelt vast dat de termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar een dwingende openbare orde termijn is en dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De door appellant aangevoerde redenen voor de overschrijding, waaronder lopende terugbelverzoeken voor toelichting, zijn onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het College wijst erop dat appellant proactief een pro forma bezwaarschrift had kunnen indienen.
Daarnaast oordeelt het College dat het verzoek van appellant om terug te komen op de vrijstelling een zelfstandig verzoek betreft dat nog in behandeling moet worden genomen door verweerder. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het te laat ingediende bezwaar.