ECLI:NL:CBB:2020:866
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrechten wegens geen individuele en buitensporige last
Appellante exploiteert een melkveehouderij en had plannen voor uitbreiding met bijbehorende investeringen en vergunningen. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal dieren op de peildatum 2 juli 2015, met een generieke korting. Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel haar disproportioneel treft, mede door investeringen en gezondheidsproblemen van een vennoot.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het stelsel een individuele en buitensporige last oplevert. Ondernemersrisico’s van investeringen en uitbreidingsbeslissingen moeten door de ondernemer zelf worden gedragen.
De grondaankoop in april 2014 wordt niet als navolgbaar beoordeeld gezien de aangekondigde productiebeperkende maatregelen. De gezondheidsproblemen van de vennoot zijn onvoldoende onderbouwd als reden voor de omvang van de uitbreiding. Appellante heeft met haar investeringen een groot risico genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.