ECLI:NL:CBB:2020:909
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling fosfaatrechten op grond van de Meststoffenwet
Appellante, exploitant van een melkveehouderij, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw tot vaststelling van haar fosfaatrecht op basis van de Meststoffenwet. Zij voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel strijdig is met Europese regelgeving, onrechtmatige staatssteun inhoudt en een individuele en buitensporige last oplegt vanwege haar investeringen en uitbreidingsplannen.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en eerdere uitspraken bevestigen dat het stelsel geen strijd oplevert met het recht op eigendom. Ook werd geoordeeld dat de investeringen en uitbreidingsplannen van appellante ondernemersrisico's betreffen die niet kunnen worden afgewenteld op het collectief.
Verder concludeerde het College dat het beroep niet slaagt omdat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het stelsel een buitensporige last voor haar vormt. De belangen van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de individuele belangen van appellante. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.