Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 december 2020 op het hoger beroep van:
[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante
(gemachtigden: mr. S.M.M.C. Vinken en mr. J.M.M. van de Hel),
appellante
en
de Autoriteit Consument en Markt (ACM),
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Appellante betwist in hoger beroep niet langer dat zij artikel 8.8 van de Whc juncto artikel 6:193c, eerste lid, aanhef en onder d, van het BW heeft overtreden. Daarmee is in rechte komen vast te staan dat appellante die overtreding in de periode van 4 januari 2016 tot en met 14 maart 2017 heeft gepleegd.