Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 augustus 2023 in de zaak tussen
[naam vennootschap] ([eiseres]), uit [plaats], eiseres,
Autoriteit Consument & Markt (ACM), verweerster,
Inleiding
[naam], [naam] en [naam].
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank wijst in dit verband op artikel 6:193d, tweede lid, in verbinding met de artikelen 6:193e (zowel de tekst tot als vanaf 28 mei 2022) en 6:193f van het BW, die verwijzen naar artikel 6:193d, tweede lid, van het BW. Artikel 6:193f van het BW verwijst verder voor de toepassing van artikel 6:193d, tweede lid, van het BW naar artikel 6:230m, eerste lid, onderdelen a, b en c, e tot en met h, o en p en artikel 6:230v, eerste tot en met derde lid, het vijfde lid en de eerste zin van het zesde lid, en het zevende lid, van het BW. Het standpunt van [eiseres] dat de looptijd, opzegvergoeding en actievoorwaarden geen essentiële informatie van de overeenkomst zouden zijn, volgt de rechtbank niet. Het leveren van gas en elektriciteit en de overeenkomst die de consument daarvoor afsluit zijn in dit verband niet los van elkaar te zien. Essentiële onderdelen van de overeenkomst zijn per definitie de looptijd, opzegvergoeding en actievoorwaarden. De stelling van [eiseres] dat bepaalde essentiële informatie pas op een later moment (schriftelijk) hoeft te worden verstrekt gaat niet op, omdat anders de verwijzing in artikel 6:193f van het BW naar artikel 6:193d, tweede lid, van het BW zinledig zou worden. Zoals de ACM in haar pleitnota terecht heeft opgemerkt, gaat het in deze zaak niet om de vraag wanneer een consument civielrechtelijk is gebonden aan een overeenkomst, maar of sprake is van misleidende omissies tijdens de belgesprekken.
Dat de ACM niet bij iedere overtreding van de Whc overgaat tot onderzoek en sanctieoplegging is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur.
De ACM heeft een beperkte handhavingscapaciteit en mag keuzes maken, mits zij die keuzes toereikend motiveert, wat zij heeft gedaan (vgl. ECLI:NL:CBB:2020:914 en ECLI:NL:RBROT:2020:8487). Dat andere (grote) energieleveranciers met dezelfde intermediair(s) werken, maakt niet dat de ACM willekeurig of in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. Niet de samenwerking met bepaalde callcenters, maar het aantal signalen over wervingspraktijken van (of in naam van) energieleveranciers was het selectiecriterium. De ACM wijst er verder terecht op dat callcenters niet kunnen opereren zonder proposities van de energieleveranciers en zonder acceptatie van de door callcenters gesloten energiecontracten door energieleveranciers. Zoals hiervoor is aangegeven richtte de ACM zich op de energieleveranciers; over hen ontving de ACM meldingen. De ACM heeft terecht aangevoerd dat de rol van de energieleverancier en die van de intermediair verschilt en alleen al daarom zijn dit geen gelijke gevallen. Bovendien heeft de ACM ter zitting aangekondigd dat onderzoek zal worden gedaan naar de callcenters.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. E. Lunenberg, leden, in aanwezigheid van mr.R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2023.