ECLI:NL:CBB:2020:916
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vaststelling fosfaatrecht op grond van Meststoffenwet
Appellante, exploitant van een melkveehouderij, betwistte het door de minister vastgestelde fosfaatrecht op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet. Zij voerde aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt voor het fosfaatrechtenstelsel en dat dit stelsel leidt tot ongeoorloofde staatssteun. De minister stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op de peildatum 2 juli 2015, met toepassing van een generieke korting.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de aangevoerde beroepsgronden niet slagen. Het verwees naar eerdere uitspraken waarin deze punten reeds zijn behandeld en verworpen. De minister was inhoudelijk op de gronden ingegaan en er was geen sprake van een motiveringsgebrek.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door mr. J.L. Verbeek op 1 december 2020, zonder ondertekening door voorzitter en griffier wegens verhindering.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.